FAQ


NEN-normen
Is er met NEN-normen nog ruimte voor autonome groei?

Normen zijn geen statische documenten. Als er aanleiding is, kan een norm worden aangepast. Sowieso wordt een norm na 5 jaar geëvalueerd. Belanghebbende partijen worden dan gevraagd of de norm moet worden ingetrokken, gereviseerd of kan blijven zoals die is.

Wie heeft welke rol in de totstandkoming van de wet, normen en standaarden?

Het ministerie van VWS werkt aan het Wetsvoorstel Elektronische Gegevensuitwisseling in de Zorg (Wegiz). Via AmvB’s zal worden verwezen naar NEN-normen. NEN faciliteert de ontwikkeling van NEN-normen. Belanghebbende partijen zijn welkom aan tafel van NEN om mee te denken aan de ontwikkeling van de normen. Belanghebbende partijen zijn bijvoorbeeld zorgaanbieders, ICT-leveranciers, maar ook wetenschappelijke verenigingen. Vanuit de NEN-normen wordt verwezen naar informatiestandaarden van (o.a) Nictiz. Het is de bedoeling dat bij elk geprioriteerde gegevensuitwisseling een kwaliteitsstandaard wordt ontwikkeld door vertegenwoordigers van tripartite veldpartijen en het ZIN. Deze kwaliteitsstandaard is de grondslag voor de aanwijzing van de gegevensuitwisseling vanuit Wegiz.

Wie neemt de besluiten bij de ontwikkeling van normen?

NEN faciliteert de ontwikkeling van normen. Partijen die een belang hebben bij een bepaalde norm zijn van harte welkom om mee te werken aan de ontwikkeling van de norm. Besluiten over de norm worden gedaan op basis van consensus. NEN heeft een commissiestructuur van normcommissies en beleidscommissies. De ontwikkeling van de normen voor EGIZ vallen onder de verantwoordelijkheid van de normcommissie 303006 ‘Informatievoorziening in de zorg’. De normen worden opgesteld in verschillende werkgroepen onder deze normcommissie.

Wordt naast 'vendor lock-in' ook 'reversed engineering' door de grotere EPD leveranciers van de wereld voorkomen?

NEN-normen mogen niet leiden tot één techniek of partij. Belanghebbende partijen zijn welkom aan tafel van NEN om mee te denken aan de ontwikkeling van normen. NEN streeft naar een evenwichtige samenstelling van de werkgroepen die de normen ontwikkelen, zodat er een breed gedragen NEN-norm tot stand komt. NEN heeft daarbij een onafhankelijke rol en waarborgt de zorgvuldigheid van het proces, op gelijke wijze als bij de totstandkoming van vele andere normen binnen en buiten de zorg.

Hoe verhoudt de Programmaraad zich tot het Informatieberaad Zorg (IB-Z) zelf?

Het IB-Z adviseert middels de Meerjarenagenda de Minister over welke gegevensuitwisselingen wanneer moeten worden verplicht. Hieruit volgt wanneer voor welke gegevensuitwisselingen normen moeten worden ontwikkeld en moeten worden verplicht gesteld. Deze Meerjarenagenda, evenals het proces van actualisatie, is in Q2 2021 aan het IB-Z gepresenteerd. De Minister behoudt echter het recht om anders te beslissen, mits voorzien van goede argumenten (ook dit is in de Wegiz vastgelegd). Het NEN-EGIZ programma, en daarmee de programmaraad, werkt uitsluitend binnen deze kaders en is niet betrokken bij de vaststelling van de Meerjarenagenda.

Welke manieren zijn er om actief deel te nemen?

Belanghebbende partijen kunnen deelnemen aan normwerkgroepen, de normcommissie of kunnen straks een mogelijke rol spelen in de ontwikkeling van certificatieschema’s. Neem vooral een kijkje op deze website voor meer informatie.

Hoe worden partijen, die (nog) niet willen/kunnen participeren, betrokken?

NEN streeft naar een evenwichtige samenstelling van normwerkgroepen. Als blijkt dat belangrijke stakeholders niet zijn betrokken bij de werkgroep, zal NEN zich inspannen om partijen te betrekken.


NEN norm Beeldbeschikbaarheid
Wie kunnen deelnemen aan de werkgroep?

Deelname staat open voor alle belanghebbende partijen die een bijdrage kunnen en willen leveren aan het maken van afspraken over beeldbeschikbaarheid. NEN streeft naar een evenwichtige vertegenwoordiging van alle partijen die nodig zijn voor borgen beeldbeschikbaarheid waaronder: gebruikers, beheerders van de digitale werkomgeving en infrastructuur, en ICT leveranciers.

Komt er voor beeldbeschikbaarheid één of twee normen (push en pull)?

In principe komt er één norm voor beeldbeschikbaarheid, waarin zowel push als pull kunnen worden opgenomen.

Hoe is de participatie vanuit de ziekenhuizen geregeld aan de totstandkoming van de NEN norm?

Ziekenhuizen worden van harte uitgenodigd om deel te nemen aan de werkgroep. De voorkeur heeft vertegenwoordiging via een koepelorganisatie; ofwel deelname vanuit de eigen organisatie, waarbij wel nadrukkelijk wordt gevraagd om afstemming met de bredere achterban vanuit ziekenhuizen. Verder is een openbare commentaarronde onderdeel van het NEN-proces. Hierbij worden alle belanghebbenden in Nederland de gelegenheid gegeven te reageren op het normontwerp.

Hoe wordt omgegaan met vertegenwoordiging van individuele organisaties, koepelorganisaties of andersoortige samenwerkingsverbanden? Hoe zit het met last en ruggespraak?

Deelname aan de werkgroep kan vanuit een individuele organisatie, koepelorganisatie en andersoortige samenwerkingsverbanden. Deelnemers worden gevraagd en geacht afstemming te zoeken met hun eigen organisatie alsmede met de bredere groep vanuit het perspectief dat zij vertegenwoordigen (bijvoorbeeld leveranciers of ziekenhuizen).

Zijn er kosten verbonden aan deelname aan de werkgroep?

Deelname aan normontwikkeling binnen het EGIZ programma is kosteloos.

Waarom wordt gekozen voor alleen radiologisch beeld en verslag en niet meteen alle beelden of ook pathologie?

VWS geeft aan dat het doel van de wet elektronische gegevensuitwisseling in de zorg is om uitwisseling van alle medische beelden en bijbehorende verslagen op te nemen. Dit wordt echter gefaseerd uitgewerkt in het normeringstraject om het behapbaar en werkbaar te maken. Gedurende de ontwikkeling van de norm zal de mogelijkheid tot aansluiting van andere specialismen getoetst worden. Pathologie is als een aparte  gegevensuitwisseling binnen het Wegiz traject opgenomen op de meerjarenagenda, omdat er duidelijke verschillen zijn in werkwijze en use cases uitwisseling bij pathologie in vergelijking tot radiologie.

Toestemming is vaak nog een probleem bij het zorgen voor goede uitwisseling; ook vraagt de Wegiz om randvoorwaardelijke voorzieningen zoals landelijk adresboek, MITZ e.d., hoe wordt hiermee omgegaan?

VWS geeft aan dat de wet Egiz geen bestaande wetgeving aanpast en dus niets verandert aan de bestaande wetgeving op gebied van toestemming. Randvoorwaardelijke voorzieningen als identificatie, toestemming en authenticatie worden gezien als generieke functies. De minister heeft geconstateerd dat er rond gemeenschappelijke en mogelijk publieke voorzieningen momenteel veel beweging is, ook in het verlengde van de moties Van den Berg/Kerstens (Kamerstukken II 2020/21, 27529, nrs. 222 en 223). Derhalve laat de minister nu eerst de samenhang en prioritering tussen deze ontwikkelingen en normen voor generieke functies nader onderzoeken, alvorens normeringstrajecten voor generieke functies in de breedte te starten.

Hoe wordt de medische correspondentie (ongestructureerd) meegenomen in de NEN normering?

De scope van het traject is beeld en verslag. Hierbij zal verslag niet of beperkt gestructureerd kunnen zijn. Correspondentie buiten dit verslag om wordt niet meegenomen.

Voor de meeste vormen van informatieuitwisseling is de uitdaging niet de techniek, maar de afstemming van processen tussen de participanten in de uitwisseling. Hoe gaat de Wegiz uniformering van dergelijke processen bewerkstelligen. Gaat de NEN norm (zoals bij bijv 7510) beschrijven wat de verantwoordelijkheden van organisaties zijn (m.a.w. specifiek niet over techniek en een (voorkeurs)oplossing).

De NEN norm zal in gaan op: 1) verantwoordelijkheden van de betrokken partijen; 2) de vereisten waaraan de partijen aan moeten voldoen; 3) de eisen waar het product/systeem van uitwisseling aan moet voldoen. Indien relevant en noodzakelijk zullen er ook technische eisen worden gesteld en zal worden verwezen naar open standaarden. De norm kan echter niet leiden tot verplichte afname bij een bepaalde leverancier.

De echte uitdaging zit in het veranderproces dat zich moet voltrekken binnen de zorginstelling om gebruik te maken van bestaande oplossingen. Hoe gaat de NEN norm hierbij helpen?

Om Beeldbeschikbaarheid te borgen moeten op verschillende lagen afspraken worden gemaakt en geïmplementeerd. De NEN norm draagt daar aan bij door met alle belanghebbende partijen afspraken te maken op deze lagen. De norm ondersteunt daarbij lopende en toekomstige initiatieven en programma’s op Beeldbeschikbaarheid.  Daadwerkelijke implementatie van de norm binnen zorginstellingen valt buiten de scope van dit traject.

Doel is om beelden beschikbaar te maken in de eigen werkomgeving van de radioloog - draagt dit niet bij aan dataduplicatie?

Er zijn technische oplossingen beschikbaar voor integratie in de eigen werkomgeving van de radioloog die niet uitgaan van dataduplicatie. In de werkgroep zullen afspraken worden gemaakt over hoe / welke oplossingen worden gebruikt om de beelden beschikbaar te maken.

Het NNvR document beschrijft vooral een functionele wens van radiologen die zijn reflectie vind de functionaliteit die het RIS/PACS biedt. Dit is iets anders dan het opstellen van een norm die ervoor zorgt dat een dergelijke RIS/PACS de beschikking heeft over data om een tijdslijn te bieden aan de radioloog. Wordt de NEN norm daarmee een RIS/PACS norm, of wordt het een norm voor een infrastructuur ten behoeve van een RIS/PACS?

Hoe de functionele wens vorm gaat krijgen op de applicatielaag van het interoperabiliteitsmodel is nog niet vastgelegd. Wel wordt de verbinding met RIS/PACS door de NVvR zelf al gelegd in de door hen gepubliceerde standaard. De uiteindelijke formulering zal onderdeel zijn van de uitwerking in de werkgroep.

Zal er financiering beschikbaar komen voor zorgaanbieders/leveranciers om uiteindelijk de norm te kunnen implementeren?

Implementatie van de norm is aan partijen. Financiering voor implementatie staat los van het NEN-normeringstraject. VWS geeft aan dat het uitgangspunt is dat er geen gelden zijn om te voldoen aan de wet. Wel wordt er in het wetgevingstraject bezien of er redenen zijn om van dat uitgangspunt af te wijken. Dat kan gaan over zowel bekostiging (zeg maar structurele gelden) als financiering (zeg maar eenmalige gelden).

NEN norm Basisgegevensset Zorg (BgZ)
Is het NEN nummer voor de (concept) norm voor BgZ al bekend?

Nog niet. Het nummer voor de norm zal bekend worden wanneer de werkgroep geformeerd is.

Hoe zorg je voor goede afstemming tussen de verschillende normen?

Het is een belangrijk onderdeel van de opdracht aan NEN om zorg te dragen voor de onderlinge samenhang tussen de verschillende normen die ontwikkeld worden. Dit doen we o.a. door het organiseren van een periodiek voorzittersoverleg (liaison) tussen de voorzitters van de diverse werkgroepen om tot een adequate en actieve terugkoppeling te komen aan de verantwoordelijke normcommissie voor de inhoud van de verschillende normen.

BgZ is bedoeld voor de HELE zorg, hier is een inperking tot specialistische zorg. Hoe gaan we daar mee om naar de toekomst ?

We houden er rekening mee dat (delen van) de BgZ op veel plaatsen in de zorg worden gebruikt. Hoewel de scope zich beperkt tot de MSZ, zullen we de werkgroep wel vragen om rekening te houden met de bredere context waarin de BgZ wordt uitgewisseld.

Identificatie/ authenticatie van zowel zorgverlener als patiënt is ook nog een probleem toch?

Identificatie en authenticatie worden gezien als generieke functies. De minister heeft geconstateerd dat er rond gemeenschappelijke en mogelijk publieke voorzieningen momenteel veel beweging is, ook in het verlengde van de moties Van den Berg/Kerstens (Kamerstukken II 2020/21, 27529, nrs. 222 en 223). Derhalve laat de minister nu eerst de samenhang en prioritering tussen deze ontwikkelingen en normen voor generieke functies nader onderzoeken, alvorens normeringstrajecten voor generieke functies nu in de breedte te starten.

Een patiënt kan verschillende patiëntenreizen tegelijk “beleven”, kunnen de gegevens per reis worden onderscheiden?

De 2 ‘toepassingen’, die in scope zijn bij deze informatiestandaard, zijn verwijzing/overdracht en opvragen bij andere instelling van de BgZ.

Hoewel de BgZ voor de hele zorg was bedoeld, blijkt dit in de VIPP regelingen niet te werken. M.n. geboortezorg (1e en 2e lijn, preventie), GGZ (ook lange ketens, mentale gezondheid) en ouderenzorg (langdurig verblijf) kunnen niet goed uit de voeten met de somatische set van de medisch specialistische ziekenhuis zorg. Hoe wordt dat ingepast in deze AmvB en norm?

In de VIPP regelingen wordt voor verschillende sectoren gebruik gemaakt van diverse gegevenssets. De BgZ is hiervoor meestal de basis. Voor een specifieke sector of overdracht zijn dan bouwstenen toegevoegd aan de BgZ. En sommige BgZ items zullen minder relevant zijn voor een betreffende sector, deze hoeven dan niet worden ingevuld.

BgZ inclusief relevante bijlagen? (zoals beschreven in VIPP5 Module 3, correspondentie e.d.)

De informatiestandaard beperkt zich tot de BgZ, maar beschrijft wel dat (vrijwel) altijd meer informatie nodig is, zoals correspondentie. Op infrastuctuur-niveau (bijv. binnen Twiin) moet worden afgesproken of en hoe BgZ en aanvullende informatie, zoals correspondentie, bij elkaar horen.

De informatiestandaard beperkt zich tot de BgZ, maar beschrijft wel dat (vrijwel) altijd meer informatie nodig is, zoals correspondentie. Op infrastuctuur-niveau (bijv. binnen Twiin) moet worden afgesproken of en hoe BgZ en aanvullende informatie, zoals correspondentie, bij elkaar horen.

VVT valt niet onder de doelgroep instellingen voor Medisch Specialistische Zorg. Er wordt nog bekeken hoe en in welke vorm voor de VVT (overdracht) wordt gekomen tot een wettelijke verplichting.

Kun je aangeven waarom het zo lang moet duren voordat de norm klaar is? Er ligt toch al héél veel?

Eén tot anderhalf jaar is een versnelde ontwikkelperiode voor een norm, maar dit is afhankelijk van de snelheid waarmee WG-leden tot consensus komen over de inhoud van de norm. Daarnaast is er een vaststaande periode voor een openbare commentaarronde en afhankelijk van de hoeveelheid commentaren en de verwerking daarvan kan het proces versneld worden.

Mocht je als organisatie niet bevraagd zijn voor de volwassenheidsscan, zou je die nog kunnen ontvangen of nog uitvoeren?

We zijn vanuit VWS bezig het instrument door te ontwikkelen tot zelfscan. Er volgt communicatie over in het najaar.

Hoe verhouden de informatiestandaard en de norm zich tot elkaar?

Vanuit de NEN-norm zal worden verwezen naar de informatiestandaard. De informatiestandaard beperkt zich tot de beschrijving van drie van de vijf lagen uit het 5-lagenmodel van Nictiz. De norm vult hier op aan.

Geldt dit voor alle zorginstellingen? Ik zag b.v. de ambulancezorg niet, of VVT?

De BgZ heeft in deze fase betrekking op instellingen voor Medisch Specialistische Zorg.

Wat is de scope van de ontwikkeling van de kwaliteitsstandaard?

In de kwaliteitsstandaard wordt vanuit het perspectief van goede zorg beschreven hoe de BgZ zal worden gebruikt.

Informatiestandaard BgZ bevat o.a "wat" er uitgewisseld moet worden. Hoe wordt er hierop gehandhaafd? Stel dat een organisatie niet uitwisselt wat op basis van de i-standaard uitgewisseld zou moeten worden, hoe wordt hier op gehandhaafd?

Primair is Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) de handhavende partij. Zij toetsen of zorgaanbieders informatietechnologieproducten of -diensten gebruiken die zijn gecertificeerd. Aangewezen certificerende instellingen toetsen deze producten en diensten en reiken certificaten uit. De Raad voor Accreditatie (RvA) houdt toezicht op de certificerende instellingen. De ontwikkeling en het beheer van het schema vallen onder de verantwoordelijkheid van NEN.

Wordt in de informatiestandaard en/of de NEN-norm ook bepaald hoe en waar de omzetting tussen BgZ/ZIB-versies dient te worden geregeld?

In ieder geval niet in de informatiestandaard. Mogelijk wordt hier in de NEN-norm wel ‘iets’ over gezegd.

Gaat de norm ook normerende uitspraken doen over de infrastructuur (dus aanvullend op de informatiestandaard)?

In de norm zullen afspraken gemaakt worden over interoperabiliteit. Naar verwachting zal dit ook betrekking hebben op infrastructuur. Dit zal in de werkgroep aan de orde komen.

Hoe worden de belangen van (niet vertegenwoordigde) gebruikers t.o.v. (wel vertegenwoordigde) ZIS-leveranciers gewaarborgd?

De informatiebijeenkomst op 14 juni 2021 was bedoeld om een zo breed mogelijke vertegenwoordiging uit te nodigen tot deelname aan de werkgroep. Ook partijen die niet aanwezig konden zijn bij de informatiebijeenkomst en een belang hebben bij het onderwerp zijn van harte welkom om aan tafel te komen bij de werkgroep. NEN zal zich inspannen om een evenwichtige samenstelling van de werkgroep te bewerkstelligen. Verder is een openbare commentaarronde onderdeel van het NEN-proces. Hierbij worden alle belanghebbenden in Nederland de gelegenheid gegeven te reageren op het normontwerp.

Is de HASP niet de kwaliteitsstandaard die bij BgZ past? HASP is inmiddels veel breder: ook naar ggz, ook naar paramedie, en heeft belangrijke zorginhoudelijke aanvulling op de BgZ. Met name informatie die nodig is voor continuïteit van zorg (in de zin van wat is er op dit moment aan de hand). Dat gaat verder dan kale gegevens.

De HASP is de standaard uitwisseling (verwijzing) huisarts-medisch specialist. En dus niet medisch specialist-medisch specialist. Uiteraard is er wel een grote overlap.

Welke beroepen worden hier verstaan onder medische specialisten?

We spreken bij de totstandkoming van de norm over instellingen voor Medisch Specialistische Zorg. Het betreft hier universitair medische centra, ziekenhuizen, klinische revalidatiecentra, dialysecentra, radiotherapeutische centra, epilepsie centra,  zelfstandige behandelcentra, centra voor niet klinische revalidatie, categorale ziekenhuizen.

Gaat de kwaliteitsstandaard dan over het zorgproces bij de BgZ verzendende organisatie, lettend op het lagen model?

Klopt. De kwaliteitsstandaard gaat (vooral) over het zorgproces.

De BgZ wordt nu vaak binnen een system in CDA format opgesteld terwijl FHIR de voorkeur heeft volgens het Informatieberaad. Zou de NEN-norm in FHIR termen beschreven kunnen worden?

De NEN-norm zal naar verwachting ongetwijfeld e.e.a. normatief beschrijven over de verschillende technische formaten van uitwisseling (FHIR en CDA).